Inkomstenbelasting

Let op: controleer altijd bedragen en berekeningen zelf bij de officiële instanties (Belastingdienst.nl)!

De eigenaar van een eenmanszaak betaalt over de behaalde winst inkomstenbelasting. Deze is vergelijkbaar met de belasting die werknemers in loondienst betalen. Het inkomen wordt verdeeld in drie boxen:

  1. Inkomen uit werk en wonen
  2. Inkomsten uit aandelen
  3. Inkomsten uit spaargeld

Overigens wordt niet de volledige winst belast, voor ondernemers gelden speciale aftrekposten: deze mogen van de winst worden afgehaald. Na de aftrekposten blijft het belastbare inkomen over, waarover inkomstenbelasting wordt berekend. Ook dit bedrag hoeft niet volledig betaald te worden, want voor iedereen zijn er heffingskortingen: die worden op het eind van het berekende bedrag afgehaald.

Aftrekposten

Voordat er naar de boxen wordt gekeken om de inkomstenbelasting te berekenen, moet eerst het belastbare inkomen worden berekend:

Gemaakte winst – aftrekposten = belastbaar inkomen

Om als ondernemer in aanmerking te komen voor aftrekposten is het noodzakelijk om door de belastingdienst erkend te zijn als ondernemer.
Voldoe je aan de eisen, dan kan je onder andere in aanmerking voor de:

Overzicht van alle aftrekposten

Berekening belastbaar Inkomen

Het belastbare inkomen is het inkomen, waarover de inkomstenbelasting betaald wordt.

Voorbeeld

Eerst moet de winst berekend worden: (Winst = omzet – kosten)

Jaaromzet  € 60.000
Kosten € 10.000 -
Winst € 50.000

Dit bedrijf heeft dus 50.000 euro winst gemaakt. Nu mogen we nog aftrekposten van de winst afhalen. Stel dat deze ondernemer startend is. Dan heeft hij recht op de maximale zelfstandigenaftrek (7.280 + 2.123 = 9.403). Hierna mag ook de MKB-winstvrijstelling van het bedrag afgehaald worden (14% in 2014).

Winst  € 50.000
Zelfstandigenaftrek € 9.403 -
€ 40.597
14% MKB-vrijstelling  € 5.683 -
Belastbaar inkomen € 34.914

Het belastbaar inkomen bij een winst van 50.000 is in dit geval dus € 34.914 . Nu kunnen we kijken naar de boxen en de inkomstenbelasting berekenen.

Belastingboxen

In Nederland wordt gebruik gemaakt van een “boxenstelsel” om de inkomstenbelasting te berekenen. Verschillende tarieven worden gebruik voor verschillende delen van het inkomen. De bedragen uit de drie boxen bij elkaar zijn de totale inkomstenbelasting.

Box 1: inkomen uit werk en wonen

Box 1 wordt gebruikt voor de winst uit de onderneming. Er zijn verschillende schijven met bijbehorende belastingpercentages. De onderstaande tabel geldt voor personen jonger dan 65 jaar:

Tarief inkomstenbelasting in 2014

Belastbaar inkomen meer dan Maar niet meer dan Belastingtarief Tarief premie volks verzekeringen Totaal tarief
- €19.645 5,1% 31,15% 36,25%
€ 19.645 € 33.363 10,85% 31,15% 42%
€ 33.363 € 56.531 42% - 42%
€ 56.531 - 52% - 52%

Als we aannemen dat de ondernemer van het rekenvoorbeeld (met een belastbaar inkomen van 34.914 euro) jonger is dan 65 jaar, moet hij dus het volgende betalen:

  • De eerste 19.645 euro van het inkomen valt in de eerste schijf, waarover 36,25 procent belasting moet worden betaald: € 7.121
  • De volgende 13.718 euro valt in de tweede belastingschijf (33.363-19.645 = 13.718). Daarover wordt 42 procent belasting geheven: € 5.761
  • Nu is er voor de derde belastingschijf (ook 42 procent) nog € 1.551 over. (34.914 – 19.645 – 13.718 = 1.551). 42 procent van 1.551 is: € 651

Bij een belastbaar inkomen van 34.913 euro heeft de ondernemer nu een belastingplicht van:

€ 7.121 + € 5.761 + € 651 = >€ 13.533

Box 2: aandelen

Box 2 zullen de meeste eigenaren van een eenmanszaak niet mee te maken hebben: het gaat om inkomsten verdiend uit aandelen in een vennootschap, daarover moet 25% belasting betaald worden. Meer informatie over box 2

Box 3: sparen & beleggen

Box 3 zijn de inkomsten uit sparen en beleggen. Alleen wanneer deze hoger zijn dan 20.661 euro moeten deze worden betaald, meer informatie en de tarieven vind je bij de belastingdienst.


Heffingskortingen

Het bedrag aan inkomstenbelasting dat we hebben berekend (13.533 euro) hoeft niet volledig betaald te worden: er zijn namelijk heffingskortingen, onder andere de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.

De algemene heffingskorting is sinds 2014 inkomensafhankelijk. De heffingskorting is € 2.103, maar wordt bij een belastbaar inkomen hoger dan €19.645 verlaagd met 2% van het belastbare inkomen boven dit bedrag. Bij een belastbaar inkomen hoger dan € 56.495 is de heffingskorting altijd € 737.

In bovenstaand voorbeeld geldt dus de volgende algemene heffingskorting:

Het belastbare inkomen van € 34.913 is hoger dan €19.645, maar lager dan € 56.495. Er moet dus van de € 2.103 2% van het verschil tussen € 34.913 en €19.645 (oftewel 2% van €15.268 is €305) afgehaald worden. De algemene heffingskorting wordt dan: € 2.103 – €305 = €1.798.

Ook de arbeidskorting is inkomensafhankelijk, de tabel vind je hier. In ons specifieke voorbeeld geldt een arbeidskorting van €1.726.

Het te betalen bedrag aan inkomstenbelasting bij een winst van €50.000 wordt dan:

€13.533 – €1.798 – €1.726 = €10.009
Let op: de voorbeelden gegeven zijn die in een simpele situatie, de belasting wordt complexer, wanneer er meer zaken spelen als een eigen huis, auto van de zaak, investeringen, etc. Dit kan meer aftrekposten opleveren, maar ook extra belasting. Het is in ieder geval verstandig om een extra bedrag opzij te zetten voor mogelijke naheffingen van de belastingdienst.

De algemene heffingskorting en de arbeidskorting zijn de belangrijkste heffingskortingen, voor ouders, alleen staande ouders, vroeggepensioneerde, etc zijn er ook nog speciale heffingskortingen:

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

Naast de inkomstenbelasting moet  ook de inkomensafhankelijke bijdrage betaald worden (de oude ziekenfondswet). Deze is gelijk aan 5.4% van het belastbare inkomen (2014). Er is wel een maximum bedrag waarover de bijdrage wordt betaald: 51.414 dus maximaal 2.776 euro.

Nogmaals, we gaan zo zorgvuldig mogelijk te werk bij de voorbeelden, maar controleer altijd bij de belastingdienst of de data kloppen is, en nog up-to-date!

laatste update: 2 januari 2014