menu
e-boekhouden

Pensioen opbouwen

Als zelfstandige moet je aanvullend pensioen opbouwen, tenzij je genoegen neemt met een AOW-uitkering. Er zijn verschillende mogelijkheden, zoals (bank)sparen, het afsluiten van een lijfrenteverzekering en (pensioen)beleggen. Elk heeft zijn eigen voor- en nadelen. Overstappen is soms lastig, dus is het belangrijk dat je goed nadenkt over je keuze.

Pensioen opbouwenIn Nederland bestaat het pensioeninkomen uit drie pijlers: een AOW-uitkering, werkgeverspensioen en aanvullende inkomsten die je zelf regelt. De AOW-uitkering ontvangt iedereen die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, ongeacht of je in loondienst hebt gewerkt of werkzaam was als zelfstandige. Ben je alleenstaand, dan ontvang je zeventig procent van het wettelijk netto minimumloon. Woon je samen, dan ontvangen jullie elk vijftig procent van dit minimumloon.

Veel geld verdiend met je bedrijf?

Als je tijdens je werkzame leven veel geld opzij hebt gezet of je bedrijf voor veel geld kunt verkopen dan is het inkomen vanuit een AOW-uitkering misschien voor jou voldoende. Voor velen is dit echter niet genoeg om te blijven leven zoals je gewend bent. Want ook al betaal je misschien wat minder belasting en hoef je heus niet meer zo’n grote auto, als je met pensioen gaat wil dat niet zeggen dat je opeens met minder geld rond kunt komen.

Juist als je niet meer hoeft te werken zul je zien dat thuis kosten van bijvoorbeeld water of verwarming stijgen, of dat je wat vaker een nieuw plantje of lekkere dingen in huis wilt halen. Daarnaast wil je misschien wel wat vaker reizen als je daar opeens voldoende tijd voor beschikbaar krijgt. Voor dat soort uitgaven is het slim om aanvullend pensioen op te bouwen.

Pensioen opbouwen in eenmanszaak of bv?

Een pensioen opbouwen in een eenmanszaak is helaas niet mogelijk. Wel kan je eenmanszaak er dankzij de Fiscale Oudedagsreserve (FOR) voor zorgen dat je privé fiscaal wat kunt opbouwen. Pensioenopbouw in je eenmanszaak is echter niet mogelijk. Fiscaal gezien kun je ook in een bv geen pensioen meer opbouwen.

Wel kun je in een bv reserves opbouwen en uiteindelijk besluiten dat je deze pas uitkeert nadat je bent gestopt met werken. Maar de fiscale voordelen voor het pensioen die vroeger mogelijk waren, zijn in 2017 afgeschaft en puur vanwege pensioenopbouw heeft het dus weinig zin meer om je eenmanszaak om te zetten naar een bv.

Aanvullende pensioen opbouwen

Vanuit je eenmanszaak krijg je geen pensioen. Maar indien je eerder wel in loondienst hebt gewerkt, kan het zijn dat je bovenop je AOW-uitkering een werkgeverspensioen krijgt. De hoogte hiervan is afhankelijk van hoeveel je verdiende, hoe lang je in loondienst hebt gewerkt en wat voor pensioenregeling je had. Maar, voordat je jezelf rijk rekent, dat je ooit een dienstverband had, hoeft niet te betekenen dat je hier pensioen hebt opgebouwd.

Heb je überhaupt nooit in loondienst gewerkt, of had je voormalig werkgever geen pensioenregeling, dan is het des te belangrijker om zelf te zorgen voor extra inkomsten. De kans dat je een pensioengat hebt als je zelfstandig ondernemer bent, is namelijk groot. Er zijn verschillende manieren waarop je zelf het pensioeninkomen kunt aanvullen. Aangezien ze elk hun eigen voorwaarden, belastingregels, voordelen en minpunten hebben, is het verstandig om je hier goed in te verdiepen voordat je een keuze maakt.

Lijfrenteverzekering

Een van de oudste manieren van aanvullend pensioen opbouwen, is door middel van een lijfrenteverzekering. Dit is een periodieke uitkering die je ontvangt vanaf het moment dat je met pensioen gaat tot aan je overlijden.

Door tijdens je werkende leven premie te betalen aan een verzekeraar bouw je dit vermogen zelf op. Voor de betalingen maakt het niet uit of je zeventig wordt of honderd, je ontvangt maandelijks hetzelfde bedrag. Overlijd je voordat je met pensioen gaat, dan is alle ingelegde premie voor de verzekeraar. Wil je dat het vermogen wordt uitgekeerd aan je nabestaanden, dan moet je hiervoor een extra verzekering afsluiten.

Een ander aandachtspunt is dat de hoogte van de uitkeringen afhankelijk kunnen zijn van de resultaten van de verzekeraar. Hierdoor is het vooraf niet altijd goed in te schatten hoeveel geld je maandelijks krijgt uitbetaald. Daarnaast zijn er grote kwaliteitsverschillen tussen de verzekeraars. Pas dus goed op dat je geen woekerpolis afsluit, waarbij er vooral geld gaat naar de verzekeraar.

Banksparen

Vind je het fijner om zelf te sparen voor je pensioen, dan is banksparen wellicht beter geschikt. In dit geval spaar je via een geblokkeerde bankrekening. Tot een vooraf afgesproken einddatum leg je geld in voor je pensioen. Je bepaalt zelf hoe vaak je stort en welke bedragen je inlegt. Maar eenmaal gestort, blijft gestort.

Tijdens de looptijd kun je namelijk niet bij het opgebouwde vermogen. Hierdoor is banksparen niet te vergelijken met sparen via een reguliere spaarrekening. Hier staat tegenover dat je tijdens de opbouwfase geen belasting betaalt. De keerzijde is dat je bij financiële tegenslagen geen beroep kunt doen op dit vermogen.

Daarnaast moet je niet vergeten dat je wel belasting betaalt over het vermogen zodra je dit laat uitkeren. Een veelgebruikte methode is om alleen bedragen te laten uitkeren die binnen de laagste belastingschijf vallen, zodat je zo min mogelijk belasting betaalt. Dit trucje herhaal je totdat je het gehele saldo hebt laten uitbetalen.

Naast dat je vooraf weet hoeveel je opbouwt, heeft banksparen als voordeel dat het opgebouwde vermogen bij overlijden naar je nabestaanden gaat in plaats van naar de bank zelf. Een mogelijk nadeel is dat de uitkeringen niet levenslang zijn. Op een gegeven moment, vaak tussen de twintig en dertig jaar, is het potje op en stoppen de betalingen.

Lijfrenteverzekering en banksparen: de belastingregels

Tijdens de opbouwfase van een lijfrenteverzekering en banksparen betaal je geen vermogensbelasting, waardoor het fiscaal aantrekkelijk kan zijn. Dit is echter alleen het geval wanneer je een pensioengat hebt. Is dit niet het geval, dan vervallen de fiscale voordelen en betaal je in feite twee keer belasting over dit vermogen (zowel tijdens de opbouwfase als wanneer je het geld laat uitkeren).

Via Mijnpensioenoverzicht.nl kun je een overzicht van jouw opgebouwde pensioen opvragen. Vervolgens kun je via deze tool van de Belastingdienst berekenen hoeveel jij dat jaar belastingvrij mag sparen. De hoogte van dit bedrag kan jaarlijks worden aangepast. Let hier dus goed op voordat je periodiek een vast bedrag overmaakt.

Sparen via een depositie of reguliere spaarrekening

Wil je wat meer keuzevrijheid over jouw vermogen? Dan zou je kunnen sparen via een reguliere spaarrekening of met behulp van een spaardeposito. Bij een spaardepositie zet je het geld voor een langere periode vast. Tijden deze periode is het niet mogelijk om het geld op te nemen. Dit lijkt op banksparen, alleen de periode is over het algemeen een stuk korter.

Er zijn verschillende soorten deposito’s. Zo zijn er varianten van enkele jaren, maar ook van tien of zelfs twintig jaar. Daarnaast is het bij sommige deposito’s mogelijk om tussentijds geld te storten, terwijl je bij anderen slechts één keer kunt inleggen. Ook de rentepercentages zijn uiteenlopend. Omdat het geld gedurende een (lange) periode vaststaat, liggen deze over het algemeen wel (fors) hoger dan bij een reguliere spaarrekening.

Voor het vermogen op een depositie of spaarrekening kun je geen gebruikmaken van fiscale voordelen. Dit betekent dat je vanaf een bepaald bedrag ieder jaar belasting betaalt over dit geld. De combinatie van vermogensbelasting en een lage rente kunnen er soms voor zorgen dat tdit een minder gunstige optie wordt. Bij een hoge rente wordt dit al wat aantrekkelijker.

Hier staat tegenover dat je, bij een reguliere spaarrekening, zelf bepaalt wat je met je geld doet. Een deposito zou een goede middenweg kunnen zijn; je hoeft het geld niet zo lang vast te zetten als bij banksparen of een lijfrenteverzekering, maar je incasseert wel een hogere rente dan wanneer je spaart via een reguliere spaarrekening.

Beleggen of pensioenbeleggen

Wanneer je het rendement op bovenstaande opties te laag vindt, kun je extra pensioen opbouwen door te gaan beleggen. Maar vergeet niet dat de risico’s ook hoger zijn. Dit geldt zowel voor het reguliere beleggen als pensioenbeleggen, waarbij het geld op een bevroren rekening staat.

In grote lijnen werkt pensioenbeleggen hetzelfde als banksparen. Ben je in het bezit van een pensioengat en een geblokkeerde rekening, dan kun je gebruikmaken van de fiscale voordelen. Zo ga je pas belasting betalen op het moment dat de uitkeringen beginnen. Hoe je verder je beleggingen regelt is vervolgens aan jou.

Beleggen: waar moet je op letten?

Het grote verschil is echter dat je bij banksparen vooraf kunt berekenen wat de uitkomst zal zijn. Bij pensioenbeleggen is het rendement sterk afhankelijk van je portefeuille en de marktontwikkelingen. Over het algemeen kun je zeggen dat een hoger rendement gepaard gaat met het nemen van risico’s.

Of de risico’s acceptabel zijn, hangt onder meer af van de periode waarin je wilt beleggen. Als je ruim de tijd hebt, kun je wat meer uitspattingen veroorloven dan wanneer je nog maar enkele jaren hebt tot je pensioen.

Vind je het vervelend dat je de aandelen en/of obligaties tussentijds niet kunt verhandelen? Dan kun je ook beleggen via de gebruikelijke route. In dit geval heb je meer keuzevrijheid, maar je kunt niet meer gebruikmaken van de fiscale voordelen. Ook kan het zijn dat je vermogensbelasting moet betalen.

In beide gevallen kun je individueel beleggen of je aansluiten bij een fonds. Geheel zelfstandig beleggen is eigenlijk alleen aan te raden wanneer je al voldoende ervaring hebt met beleggen. Sluit je je liever aan bij een fonds, dan is het verstandig om niet alleen te kijken naar het rendement dat er wordt voorgespiegeld, maar ook naar de fondskosten, beheerkosten en servicekosten.