Wat hou ik netto over?

Lekker veel facturen kunnen uitschrijven en geld verdiend, maar hoeveel houd je uiteindelijk netto over van dat verdiende geld? Van de omzet moet namelijk nog de belasting worden betaald, verzekeringen, investeringen en de gemaakte kosten. Het antwoord is afhankelijk van vele factoren, maar een schatting is wel te maken. Zorg dat je altijd een ruime schatting maakt van de te betalen belasting, zodat je het in ieder geval opzij legt.

Netto inkomen uitrekenen

Indien je salaris ontvangt omdat je werkt in loondienst, berekent je werkgever maandelijks wat je netto ontvangt, en betaal je dus maandelijks je belasting. Bij ondernemers werkt dat net wat anders. Je krijgt van klanten brutobedragen uitgekeerd. Zelfs inclusief btw. Je krijgt dus veel meer geld op je rekening, maar een deel daarvan moet je dus afdragen aan de belastingdienst. Ondernemers die online boekhouden via een boekhoudprogramma dat hiervan een schatting maakt hebben hier direct overzicht in, maar als jij alles uitbesteed aan een boekhouder of zelf via spreadsheets als Excel je administratie bijhoudt, dan zul je dit zelf moeten uitrekenen.

Omzetbelasting

Btw is belasting voor consumenten, de btw die je als bedrijf rekent over de prijs moet dan ook worden afgedragen aan de belastingdienst. Dit gebeurt meestal per kwartaal met de omzetbelasting. Btw die betaald is over kosten mag hiervan worden afgetrokken. Reken je dus niet rijk met de btw die je ontvangt: dat geld is niet van jou en moet je dus opzij zetten om te kunnen terugbetalen aan de Belastingdienst.

Inkomstenbelasting (box 1)

omzet – kosten = winst

De winst die wordt gemaakt in het bedrijf is gelijk aan de omzet minus de kosten. Voordat je inkomstenbelasting gaat berekenen, mogen eerst de aftrekposten (o.a. zelfstandigenaftrek, MKB-winstvrijstelling) van de winst afgetrokken worden. Om in aanmerking te komen voor de aftrekposten moet overigens wel voldaan worden aan de eisen van de belastingdienst, waaronder het urencriterium.

Een uitgebreider voorbeeld van de aftrekposten en de inkomstenbelasting lees je hier. We gaan in de voorbeelden uit van een eigenaar van een eenmanszaak of van een VOF, die als ondernemer geldt bij de Belastingdienst en al onze voorbeelden zijn indicatief. Wil je een advies op jouw situatie? Stel je vraag dan gratis op administratieforum.nl.

winst – aftrekposten = belastbaar inkomen

Als de aftrekposten van de winst zijn afgetrokken, houd je het belastbaar inkomen over. Daarover betaal je de inkomstenbelasting (box 1). Deze is opgedeeld in ‘schijven’: over verschillende delen van de winst wordt een ander belastingtarief betaald.

Belastingschijven (jonger dan AOW-leeftijd)

Belastingschijf Belastingtarief

1

t/m € 19.645 36,25%

2

€ 19.646 t/m € 33.363 42%

3

€ 33.364 t/m € 56.531 42%

4

vanaf € 56.532 52%

Rekenvoorbeeld inkomstenbelasting box 1

De bedragen zijn in het rekenvoorbeeld op hele euro’s afgerond. We gaan uit van een belastbaar inkomen van: € 60.000

  • Over de eerste 19.645 euro is de belasting: 19.645 x 0.3625 =  € 7.072
  • In de tweede belastingschijf valt 13.718 (33.363 – 19.645) en wordt de belasting dus: € 5.762
  • De volgende 23.168 euro valt in de derde schijf (42%). Daarover is de belasting: € 9.731
  • De laatste 3.469 euro van de € 60.000 valt in de hoogste belastingschijf. Belasting: € 1.804
  • Totaal belasting bij een belastbaar inkomen van € 60.000 is: 7.072 + 5.762 + 9.731 + 1.804 = € 24.369

Heffingskortingen

Nadat de belastbare winst is onderverdeeld in de schijven en de inkomstenbelasting berekend is, zijn er nog de heffingskortingen. Zo is er de algemene heffingskorting van maximaal € 2.103 (in 2014) en de arbeidskorting (afhankelijk van inkomen en leeftijd). Deze kortingen worden van de te betalen belasting afgehaald. Na de heffingskortingen kom je uit op het bedrag dat je daadwerkelijk aan de Belastingdienst verschuldigd bent.

Bruto-netto berekening

In de volgende tabel vind je de bruto-netto berekening van verschillende belastbare inkomens. Let op: het gaat om een versimpelde berekening met afgeronde bedragen. De bedragen zijn uit 2014 en in het voorbeeld gaan we uit van een startende ondernemer die nog niet AOW-gerechtigd is. Er is geen rekening gehouden met zaken als investeringsaftrek of heffingskortingen in specifieke situaties.

Zie de data slechts als een indicatie van de te betalen inkomstenbelasting. Zet altijd voldoende geld opzij!

Bruto winst (in euro’s)

10.000

25.000

50.000

75.000

100.000

Zelfstandigenaftrek (2014)

7.280

7.280

7.280

7.280

7.280

Startersaftrek (2014)

2.123

2.123

2.123

2.123

2.123

MKB winstvrijstelling (2014) 14%

84

2.184

5.684

9.184

12.684

Belastbaar Inkomen:

513

13.413

34.913

56.413

77.913

Inkomstenbel. (voor heffingkor.)

185

4.829

13.485

22.515

33.684

Algemene heffingskorting (2014)

2.001

2.001

1.500

1.363

1.363

Arbeidskorting

189

1.723

1.333

550

550

Inkomstenbelasting (na heffingkor.)

0

1.105

10.652

20.602

31.771

Netto Inkomen/winst

10.000

23.895

39.348

54.398

68.229

Bronnen:  Belastingdienst.nl, rijksfinancien.nl

NB: de inschattingen voor de algemene heffingskortingen zijn gebaseerd op 2014. 

Ben je starter? Dan kun je in de eerste vijf jaar van je bedrijf drie keer de zelfstandigenaftrek verhogen met de startersaftrek. Je blijft altijd recht houden op de zelfstandigenaftrek en dit is sinds 2012 een vast bedrag. De algemene heffingskorting is sinds 2014 inkomensafhankelijk en zal voor de hogere inkomens de komende twee jaar stapsgewijs worden afgebouwd met maximaal 3 procent in 2016. Dit houdt in dat in 2016 voor inkomens hoger dan 75.000 de algemene heffingskorting nihil is.

Inkomensafhankelijke bijdrage

Naast de inkomstenbelasting moet  ook de inkomensafhankelijke bijdrage betaald worden (de oude ziekenfondswet). Deze is gelijk aan 5.4% van het belastbare inkomen (2014). Er is wel een maximum bedrag waarover de bijdrage wordt betaald: 51.414 dus maximaal 2.776 euro.

laatste update: 2 januari 2014